" 't Is een drama"
 
  In de vorige nieuwsbrief voerde ik een wijkambtenaar ten tonele, die zich genoodzaakt zag om "een situatie te redden". In het voorbeeld dreigde een buurtavond geheel uit de hand te lopen.
Een ongewenst plan vormde de aanleiding en een onhandig opererende collega ambtenaar en boze, (aan)klagende bewoners waren het gevolg.
Ondanks dat wist de wijkambtenaar de avond tot een goed einde te brengen.
Op zich een hele prestatie, die zeker meer waardering verdient dan doorgaans gegeven wordt.
Voor een goede beoordeling van de situatie is het echter van belang te weten of het gebeuren op de buurtavond een eenmalig dus tijdelijk verschijnsel is of een zich telkens weer manifesterend patroon.
Hierbij kan de theorie van de zgn. dramadriehoek ons te pas komen.
De "drama driehoek" komt voort uit de transactionele analyse en geeft inzicht in de posities die mensen in onderlinge communicatie kunnen innemen.
Drie posities zijn te onderscheiden: slachtoffer, redder en aanklager.
In normaal taalgebruik is een redder iemand die een persoon helpt die in nood is; een slachtoffer is iemand die (tijdelijk) hulp nodig heeft en een aanklager iemand die misstanden aan de kaak stelt. In alle gevallen blijft de persoon verantwoordelijk voor zijn eigen bestaan.
In de "drama driehoek" worden de begrippen slachtoffer,aanklager en redder gebruikt voor de aanduiding van ingenomen posities, waarbij zowel de eigen verantwoordelijkheid als die van anderen uit het oog verloren wordt.

In ons voorbeeld zou sprake kunnen zijn van een dramadriehoek als de genoemde buurtavond er één is in een reeks, waarin de bewoners vrijwel uitsluitend mopperen en klagen over de gemeente. "Het lijkt wel alsof alles de schuld van de gemeente is", hoor je bestuurders en ambtenaren dan verzuchten. Voor de aanklagers betekent het leggen van de schuld bij de gemeente dat zelf geen enkele verantwoordelijkheid voor de oplossing genomen hoeft te worden.
De gemeenteambtenaar op zijn beurt kan in de positie van slachtoffer terecht zijn gekomen. Natuurlijk is het heel vervelend om op een buurtavond aangevallen te worden op zaken waar je maar zeer ten dele iets aan kunt doen. Ik weet uit eigen ervaring dat dit heel traumatische ervaringen kan opleveren. Medeleven is hier op z'n plaats. Als deze ervaring niet wordt verwerkt en er niet naar een oplossing wordt gezocht, kan het slachtoffer in de rol blijven hangen, "altijd krijg ik de schuld" .
Tot slot is er de positie van redder. Redders gaan (ongevraagd) denken en voelen voor de anderen. Daarmee hopen zij de situatie beheersbaar te kunnen houden, het effect is dat zij de anderen van zich afhankelijk en passief maken en daarmee tot slachtoffer.

in ons voorbeeld is de "situatie redden": het ongemak dat op de bewonersavond heerst overnemen en daarmee ongevaarlijk, maar ook improductief maken.
Want ongemak had ook de aanzet kunnen geven voor veranderingen.

Wie situaties waar "de drama driehoek" speelt van een afstandje bekijkt zal het opvallen dat door de partijen regelmatig van rol wordt gewisseld.
Voorbeelden hiervan komen uit "onze" buurtavond. De bewoners klagen de ambtenaar aan, maar gaan over op de rol van slachtoffer als de ambtenaar reageert vanuit de aanklagersrol.
Het gesprek gaat dan ongeveer als volgt:

Bewoners vanuit de aanklagersrol: "jullie bij de gemeente komen nooit je afspraken na"
Ambtenaar reageert vanuit de slachtofferrol, maar gaat gelijk over naar die van aanklager:
"ik kan hier kennelijk nooit iets goed doen, altijd hebben jullie wat te klagen".
Bewoners vanuit de slachtofferrol: "nou is het nog onze schuld ook"

Dit wisselen van rollen gebeurt voor betrokkenen vrijwel automatisch.
Degene die van een afstandje toekijkt zal de rolveranderingen merken aan veranderingen in lichaamstaal en stemhoogte.
Ondanks de rolverwisselingen heeft iedereen een dominante rol. In ons voorbeeld zijn de bewoners vooral de aanklager, de ambtenaar het slachtoffer en de wijkambtenaar de redder.

Het voorbeeld mag dan wat stereotiep zijn, in de dagelijkse praktijk ligt de reddersrol voor wijkambtenaren wel degelijk op de loer.
Worden zij niet juist dan gewaardeerd als ze "hun collega's en bestuurders beschermen" en "zaken niet uit de hand laten lopen" ?
Maken zij bovendien geen onderdeel uit van een organisatie die zich altijd sterk maakt voor de zwakkeren ?

Heb je het gevoel dat jij de enige bent die op vergaderingen keihard moet werken, ben je buitensporig moe na afloop en heb je het idee dat wat je ook doet het nergens toe leidt dan bestaat de kans dat je in de dramadriehoek terecht gekomen bent.

Hieronder enkele tips om eruit te blijven:
- Neem niet te makkelijk de voorzittersrol tijdens bewonersavonden en buurtvergaderingen op je, het kan je belemmeren om afstand te houden
- Probeer eventueel ongemak bespreekbaar te maken en spreek een ieder aan op de eigen verantwoordelijkheid bij het aanpakken ervan.
- Schuw daarbij niet om je eigen ongemak te benoemen.
- Neem een bescheidener rol in en stel vragen i.p.v oplossingen aan te dragen.
- Veel ongemak kan ontstaan doordat partijen eigenlijk niet goed weten waarom ze bij elkaar zijn en wat er van hun verwacht wordt. Heldere vooraf gemaakte afspraken over doel van het samenzijn en de werkwijze zijn van groot belang.
- Gebruik humor als middel tegen zwaarmoedigheid.

Zit je er eenmaal in dan bestaat de kans dat je er op eigen kracht niet uit komt. Je bent immers één van de spelers en aanvankelijk zullen de andere spelers er van alles aan doen om je weer in je rol te krijgen.
Soms kan het kan dan goed zijn om hulp van een buitenstaander te vragen.

Vaak moet ik denken aan al die vergaderingen die ik bijgewoond heb en waar naar ik later begreep het communicatiepatroon van de dramadriehoek hoogtij vierde. Destijds troostte ik me met de gedachte dat nog honderden collega's op hetzelfde tijdstip in soortgelijk toen nog rokerige zaaltjes hun job deden. Nu denk ik "wat een drama…"

Dit stuk is geschreven met dank aan Marijke Lemmen, waarmee ik een tweetal sessies voor wijkambtenaren over de dramadriehoek in de wijkaanpak heb georganiseerd. Marijke geeft o.a. trainingen in communicatieve vaardigheden.