Spik & span syndroom
 
 

Veel gemeenten lijden aan het 'spik & span'-syndroom, aldus Hans Hoogvorst. Steeds meer hebben zij betrokkenheid en inzet van bewoners nodig, maar alvorens daarop aanspraak te kunnen maken denkt men eerst de zaken zelf helemaal op orde te moeten hebben. Hard werken dus, maar of dat de rapportcijfers omhoog brengt is de vraag.

Elke zaterdag trekt een met bezems en afvalbakken gewapend ploegje bewoners door onze straat. Ooit begonnen om wat geld te verdienen voor de viering van het honderdjarig bestaan van de straat. Naast het inmetselen van een "gulden klinker" werd de straatcommissie voor haar inspanningen beloond met een klein bedrag. Een groots straatfeest was het gevolg. Het bleek een dusdanig succes dat het is uitgegroeid tot een jaarlijkse traditie. De sociale contacten zijn er zichtbaar door verbeterd getuige het vele groeten en de vele praatjes in de straat. Dat onze straat niet erg vuil is en dat er met het vegen geen geld meer valt te verdienen lijkt onze vegers niet te deren. Nog steeds gaan zij elke zaterdag op pad.

In veel gemeenten speelt op dit moment de discussie in hoeverre je bewoners kan vragen zich in te zetten voor het onderhoud van de woonomgeving en welke tegenprestatie daar dan tegenover zou moeten staan. In de afgelopen periode heb ik een aantal van dit soort discussies bijgewoond.
Wat mij daarbij opvalt, is de dienstbare houding die de gemeente aanneemt. "Eerst moeten wij zorgen dat het spik & span in orde is, want we kunnen toch niet iets van bewoners vragen dat we zelf niet in orde hebben"
Besturen lijkt zo vooral hard werken en goed je best doen, met als beloning, aan het eind van de bestuursperiode een zo hoog mogelijk rapportcijfer. Tevredenheidsonderzoeken als de leefbaarheidsmonitor leveren deze cijfers.
Ondanks de overtuiging van professionals dat extra inzet helpt, dat de straten en pleinen zichtbaar schoner zijn, blijken in een aantal situaties de rapportcijfers in de loop der jaren niet te verbeteren.
Enige tijd geleden heeft onderzoeksbureau Intromart er al op gewezen dat de mate waarin de buurt door de bewoners als schoon, heel en veilig wordt ervaren, vooral wordt bepaald door de kwaliteit van de onderlinge relaties.
Daarmee een plausibele verklaring gevend voor soms opmerkelijke verschillen tussen objectieve en subjectieve veiligheid. Het spik & span krijgen van de sociale relaties laat zich heel wat minder makkelijk door de overheid realiseren. Dat vereist toch in de eerste plaats inzet van de burgers zelf.

Voor de wethouder die streeft naar mooie rapportcijfers moet dit slecht nieuws zijn: het inzetten van extra veegploegen was, zeker onder het gesternte van 'paars', een relatief eenvoudige opgave. Hele legers vegers en toezichthouders konden in het kader van werkverruimende maatregelen op pad worden gestuurd. Bij navraag bleek overigens dat bewoners het maar een idiote zaak vonden: extra veegploegen om "achter die a-socialen aan te lopen". Het is bijna sneu voor al die goedbedoelende bestuurders en ambtenaren.

Inmiddels zit de gemeente er mooi mee. Herijkingen voor de deur, en niet alleen schoon en veilig op haar bord, maar ook de kwaliteit van de sociale relaties. Het is dan ook niet verwonderlijk dat van overheidswege de roep om actieve, betrokken en verantwoordelijke burgers steeds luider wordt.
Nu is het aanspreken van bewoners op eigen inzet een hachelijke onderneming. We betalen er toch voor en kunnen wij het helpen dat de buurt zo snel verloedert is steevast het antwoord. De discussie uit de weg gaan en voor de zoveelste keer verbetering beloven is echter ook niet geloofwaardig meer.

Het lijkt er op dat spik en span alleen een haalbare doelstelling is als burgers en gemeente samen bepalen hoe hoog de lat moet liggen en zich vervolgens samen voor het bereiken daarvan inzetten. Niet alleen in onze straat zijn bewoners bereid de handen uit de mouwen te steken. De gemeente zal echter eerst zelf van het 'spik-en-span'-syndroom moeten genezen. Jarenlang stond tevreden stellen van burgers en vraaggestuurd werken hoog op de gemeenteagenda. Ambtenaren zijn zich hierop gaan instellen en verandering van houding zal niet meevallen, ook al omdat de burgers er aan gewend zijn geraakt.
Van de bestuurders vraagt dit de moed om bestaande patronen te herijken en te doorbreken. Lopende herijkingoperaties kunnen een goede aanleiding zijn om het gesprek nu wel aan te gaan. Gepositioneerd tussen wijk en stadhuis lijken wijkambtenaren de aangewezen personen om daarbij een voorname rol te spelen.

Hans Hoogvorst is interim manager en zelfstandig adviseur wijkgericht werken.
Reacties op dit artikel kunt u mailen naar hanshoogvorst@wxs.nl.