"Kiezen of delen"
 
 

Je kent ze vast wel van die situaties waarin je gespreksleider op een buurtavond bent en een zwetende ambtenaar naast je zit die de buurt een toelichting komt geven op naar wat vooraf wordt ingeschat ongewenste plannen zijn.
De buurtkaders hebben er goed zin in en komen opgewonden de vergaderruimte binnen. Je collega-ambtenaar probeert een "niets aan de hand" houding aan te nemen. Je weet wel beter.
Al bij zijn eerste woorden gaat het mis. Je voelt de spanning in de zaal oplopen. "Nee nog even wachten met vragen laat die man eerst z'n verhaal afmaken". Je hoort dat z'n stem omhoog gaat en je weet dat hij om de hete brei heen draait.
Ook de zaal voelt dat. De buurtkaders ruiken hun kans en weten al snel hun slag te slaan en met een paar suggestieve vragen de zaal achter zich te krijgen.

De wijkambtenaar staat tussen de wijk en stadhuis in. Ten minste zo zien veel wijkambtenaren dat en deze visie wordt gedeeld wordt door (ten minste een aantal van) hun bazen.
Een dergelijke tussenpositie kan zo z'n aantrekkelijke kanten hebben. Wijkambtenaren zullen hierover zeggen dat vanuit de tussenpositie bruggen geslagen kunnen worden tussen twee heel verschillende werelden, die van het stadhuis en die van de wijk. Schijnbaar onoplosbare problemen kunnen hierdoor aangepakt worden. Daartegenover staat dat critici de wijkambtenaar verwijten zich overal mee te bemoeien zonder ergens ook echt verantwoordelijkheid voor te dragen. Al gauw valt dan de kwalificatie "ongrijpbaar". Voor de wijkambtenaren zelf is geen twijfel mogelijk: "de wijkambtenaar is in de eerste plaats van het ambtelijk apparaat".

"Jullie van de gemeente proberen altijd je eigen zin door te zetten, zonder naar ons te luisteren" roepen de inmiddels steeds meer opgewonden bezoekers van de bijeenkomst.
De ambtenaar naast je heeft het gehad en zegt dat hij zich in de bezwaren kan verplaatsen, maar dat de gemeente echt het beste met de buurt voorheeft. Een mening die niet door de zaal gedeeld wordt en nieuwe commotie oproept.

Gelukkig heeft de wijkambtenaar meestal genoeg ervaring om het niet uit de hand te laten lopen. Met een beroep op ieders verantwoordelijkheidsgevoel en opmerkingen in de trant van: "dat we toch met elkaar verder moeten, dat de ambtenaar toch ook maar z'n werk probeert te doen, dat niemand wijzer wordt van een rel, dat de gemeenteraad uiteindelijk nog moet beslissen…" weet hij/zij de zaal tot bedaren te brengen. De collega vakambtenaar komt met de schrik vrij en rapporteert z'n superieuren daags na het gebeuren dat het een enorme puinhoop was. Nog dagenlang galmen op het gemeentehuis de verhalen over de onredelijke buurtbewoners na. In de wijk komt het gemor over de gemeente je al van verre tegemoet…
Ook al heb je als wijkambtenaar de situatie gered, er lijkt weinig reden tot feestvieren.
De relatie tussen de wijk en de gemeente lijkt weer jaren achterop.

De verantwoording die de wijkambtenaar voelt om het na deze avond niet verder uit de hand te laten lopen ligt als een loden last op de schouders.
Waar de vakambtenaar bij de collega's gretig gehoor vindt voor verhalen over die onmogelijke burgers en de wijk zich bijna wentelt in het "zie je wel" gevoel, lijk je er alleen voor te staan.

Op dat moment is daar weinig aan te doen naar ik vrees. De vraag is wel hoe dit voorkomen had kunnen worden en daarmee bedoel ik niet in de eerste plaats de onenigheid op de avond tussen de ambtenaar en de wijkbewoners over de plannen, maar dat de wijkambtenaar de enige lijkt te zijn die zich verantwoordelijk voelt voor de situatie.

Uiteraard zijn er achteraf allerlei vragen te stellen zoals: hadden de plannen niet wat eerder met de buurt besproken moeten worden, had de ambtenaar wat minder om de zaak heen moeten draaien of (verder weg) bestaan er verkeerde verwachtingen t.a.v. dit soort avonden.
Soms helpt het meer om de vragen dicht bij huis te houden zoals: is de wijkambtenaar niet wat al te lichtzinnig met de vraag om gespreksleider te zijn omgegaan, of zag hij/zij de bui al hangen en leek het gespreksleiderschap de enige mogelijkheid de situatie te redden ? En als de situatie al gered had moeten worden, wie had hij/zij dan medeplichtig kunnen maken aan dit streven?

Het belangrijkste lijkt het nog om te organiseren dat deze vragen gesteld worden. In de dagelijkse veelheid der dingen worden dergelijke vragen al gauw niet gesteld, laat staan dat je hiervoor een beroep doet op anderen. Daarom zou elke gemeente die z'n wijkambtenaren serieus neemt verplicht moeten worden om iemand aan te wijzen met wie de wijkambtenaar deze vragen kan doornemen en die hem/haar als die de vragen vanwege de veelheid der dingen zelf niet gesteld worden de wijkambtenaar daarop attendeert.

Hans Hoogvorst 29-4-03