Ban of achterban?
 
  De wijkambtenaar neemt een speciale positie in binnen de ambtelijke organisatie. In gesprekken met wijkambtenaren is die positie een regelmatig terugkerend thema. Hans Hoogvorst onderscheidt 4 strategieën die in de praktijk worden gehanteerd.

Uit een mini-onderzoek onder cursisten aan de leergang wijkgericht werken van de Bestuursacademie blijkt dat de cursisten op de vraag naar vaardigheden van de wijkambtenaar iets vaker "luis in de pels" dan "loyaal aan het stadhuis" antwoorden. Ook ziet men zichzelf iets vaker als "van de wijk" dan "van het stadhuis".
Dit lijkt vragen om moeilijkheden. Hoe graag veel gemeenten zichzelf ook willen profileren als transparant, vraaggericht en dicht bij de burger, in de praktijk blijkt vaak nog een lange weg te gaan.
Een veel gehoorde klacht van wijkmanagers is dan ook dat ze in hun poging om de relatie tussen wijk en stadhuis te verbeteren niet voldoende medewerking krijgen van de ambtelijke achterban.
Elke wijkambtenaar zal hier vroeg of laat tegenaan lopen. Een eerste reactie is dan vaak die van teleurstelling en verontwaardiging.

Elk individu heeft zo z'n eigen manier om daarmee om te gaan, maar soms valt al spoedig in de wandelgangen (en daarbuiten) een aanklacht tegen de ambtelijke organisatie te horen.
In de vorige aflevering van deze rubriek beschreef ik het verschil tussen een aanklacht om een misstand aan de orde te stellen en een aanklacht met als doel om de schuld bij anderen te leggen. In het laatste geval maakt klagen onderdeel uit van de dramadriehoek (zie nieuwsbrief nummer 4)

Los hiervan zie ik de wijkambtenaar in praktijk gebruik maken van vier (op hoofdlijnen te onderscheiden) strategieën naar de ambtelijke achterban.

1. De confrontatie aangaan
Door de strijd aan te gaan confronteer je collega's met de gevolgen van hun handelen (of het achterwege blijven daarvan) en kun je vastgeroeste patronen openbreken. Bij deze optie horen uitspraken als "duidelijkheid boven alles", "wat je zegt moet je doen" etc. Risico is een Don Quichote of roepende in de woestijn te worden. Ook ligt een arbeidsconflict op de loer.
2. Identificatie met de wijk
Je probeert je zoveel mogelijk te onttrekken aan de mores van de ambtelijke organisatie. Je bent veel in de wijk en laat procedures zoveel mogelijk aan anderen over. Uitspraken hierbij zijn: "wat niet weet dat niet deert' en "ik ben er voor de wijk(bewoners), niet voor het stadhuis!".
Risico's zijn dat je binnen de ambtelijke organisatie onzichtbaar wordt en je aan alle kanten wordt gepasseerd.
3. Meebewegen
Meebewegen wil zeggen dat je voor het behalen van resultaten op behendige wijze gebruik maakt van de kansen die zich vroeg of laat binnen de organisatie aandienen.
Hierbij horen uitspraken als " pluk de dag" en "grijp je kans". Niet op tijd stoppen met meebewegen heeft als risico dat je gaat trekken aan dode paarden en dat futloze compromissen ontstaan.
4. Eruit stappen
Je kunt ervoor kiezen om een andere baan te zoeken. Maar je kunt er ook uit stappen door een minimale hoeveelheid energie in het werk te stoppen. Hierbij horen uitspraken als: "mijn tijd zal het wel duren" en "ach, dat hebben we hier al honderd keer gehoord". Risico hier is dat je vervalt in apathie of cynisme.

De ideale wijkambtenaar is zich er doorlopend van bewust welke strategie hij of zij hanteert, weet feilloos wanneer de ene moet worden vervangen door de andere. Hij of zij weet hoe zich daarin te gedragen om resultaten te halen. Helaas, of gelukkig, de ideale wijkambtenaar bestaat niet.

Een aantal vragen die je jezelf als wijkambtenaar in dit kader kunt stellen:
'Ben ik me bewust van welke strategie ik hanteer?'
'Hoe blijf ik scherp en kan ik op het juiste moment op een andere strategie overgaan?'
'Wat of wie kunnen me daarbij van dienst zijn?'
'Stel ik mezelf dergelijke vragen als iets niet naar mijn zin verloopt?'

Hans Hoogvorst

Reacties op dit artikel naar hanshoogvorst@wxs.nl